Het liefst dopt hij zijn eigen boontjes. Onze puber. In de agenda zie ik dat hij een afspraak bij de tandarts heeft. Ik wijs hem erop en check of hij nog wil dat ik met hem meega. Uit wat gemompel en een knikje van z’n hoofd, maak ik op dat hij dat toch stiekem nog wel wil.

Natuurlijk houd ik zijn hand niet meer vast, zoals vroeger. Ook zeg ik niet hoe trots ik op hem ben als hij daar dapper met zijn mond open op de stoel ligt. Ik ben simpelweg aanwezig, doe en zeg niets. En tóch is dat blijkbaar net wat hij nodig heeft. Iemand die nabij is.
Wat een herkenbare situatie ergens. Maken wij als volwassen mensen niet vaak een stoere, zelfstandige indruk? Het schijnt dat we ons leven tiptop op orde hebben. Met een goede baan, een huis en mooie auto voor de deur. We redden ons wel. We maken onze eigen keuzes en nemen het liefst onze eigen beslissingen.
En toch, juist dan kun je erachter komen dat je naar meer verlangt. Dat je een relationeel wezen bent. Dat je een diepe behoefte aan verbondenheid hebt. Aan betekenisvolle relaties. Aan iemand die van je houdt. Succes in het leven verzadigt de behoefte naar verbondenheid en nabijheid niet.
Dorst naar God
Deze diepe behoefte aan verbondenheid is meer dan een psychologische behoefte. Ze wordt slechts echt verzadigd in een herstelde relatie met God. Ergens dorsten we naar God. Psalm 42: 3 ‘De God, die mij ziet en redt.’ Psalm 42: 6 en 12 Alleen proberen we die dorst vaak elders te lessen.
Lang geleden kozen we, ten koste van verbondenheid, voor autonomie. We wilden zelf bepalen wat goed en fout was. Genesis 3: 5 ‘Wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.’ Jesaja 53: 6 Adam at van de boom waarvan God gezegd had dat Hij daarvan niet eten mocht. Dat betekende een einde aan de nabije relatie met God. Sinds die tijd is er gebrokenheid. Eenzaamheid. Kwetsbaarheid.
Maar, het grote verhaal van de Bijbel is dat God de breuk tussen ons en Hem herstelt. Hij laat ons niet aan ons lot over. Hij komt ons heel nabij. Dichterbij dan wij ooit hadden kunnen uitdenken. Hij zoekt ons op in Zijn Zoon. Mattheüs 1: 23 Onze eigenzinnigheid rekent Hij Zijn veel geliefde Zoon aan. Jesaja 53: 6b In Jezus heeft God Zich met ons mensen verzoend. 2 Korinthe 5
Onvoorwaardelijk geliefd
Is er ergens in jouw ziel ook die diepe hunker naar geborgenheid? Naar iemand die onvoorwaardelijk van je houdt? Die bij je blijft, juist ook als het heel erg moeilijk wordt in je leven?
‘Wie’, zegt de oude Nederlandse Geloofsbelijdenis, ‘zouden wij kunnen vinden die ons meer beminde dan Hij Die Zijn leven voor ons gelaten heeft, ook toen wij Zijn vijanden waren?’ Romeinen 5: 8 ‘Want’, ik citeer, ‘er is niemand, noch in de hemel, noch op de aarde, onder de schepselen, die ons liever heeft dan Jezus Christus.’ NGB artikel 26
Geloven in Jezus, je bekeren tot God, heeft iets weg van dat ‘knikje’ van mijn zoon. En de mompel waarmee hij zijn diepste behoefte kenbaar maakte: ‘ja Heer, ik dorst naar U. In Uw nabijheid wil ‘k zijn.’
Jannette Harskamp-Vermeer
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer