Met de vakantietijd voor de boeg neemt de werkdruk af. Onze standaard manier van tijdsinvulling wordt doorbroken. Dat ervaren wij als rust. We staan even stil, we halen adem.

Op vakantie staan we open voor afleiding. Of, zoals Blaise Pascal ooit zei: we zoeken verstrooiing, omdat we als mensen moeilijk met verveling kunnen omgaan. We vullen onze rust met vermaak, omdat het alternatief – zuiver nietsdoen – te confronterend is. En dus doen we toch iets: schilderen aan ons huis, een zetten en tent op, of zoeken zwetend op het strand naar de beste ligplaats.
Toch laden we in deze tijd ook echt op. We doorbreken ons ritme, we parkeren moeilijke thema’s, we nemen afstand van het dagelijkse. En juist dat maakt dat onze geest weer open kan staan voor werk. Na drie weken vakantie raken we het ontspannen leven weer een beetje zat – we verlangen weer naar structuur, ritme, een doel.
De filosoof Alain de Botton verwoordt het ook boeiend: het probleem met vakantie is dat je je eigen karakter niet thuis kunt laten. Waar we ook zijn, wat we ook doen, we kunnen onszelf niet ontvluchten. We nemen onszelf altijd mee.
Hoe dan ook: de meeste mensen ervaren vakantie als iets positiefs. Maar het roept ook een diepere vraag op: wat is rust eigenlijk? Is het simpelweg de afwezigheid van verplichtingen? Is het uitslapen? Afleiding van dat wat ons irriteert? Want echt nietsdoen is het meestal niet.
Bijbelse perspectieven op rust
De Bijbel spreekt opvallend vaak over rust. Het spreekt over:
Diepere rust
Goddelijke rust raakt meer dan alleen ons lichaam – het raakt blijkbaar ook ons hoofd, hart en ziel. Misschien is ons verlangen naar vakantie, zonder dat we het beseffen, het verlangen naar de diepere rust die alleen God kan geven.
En als dit zo is, dan is het niet zo vreemd dat een mens uiteindelijk méér naar God kan verlangen, dan naar vakantie.
Deze blog is geschreven door Rob Brand
Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies. Lees meer